
Bij de aanbieding van de petitie past het om terug te gaan in de tijd. Na mijn uiteenzetting zult u begrijpen waarom. Ik neem u mee terug naar begin jaren 90. Zeventien jaar geleden is de Nederlandse Bond van Tatoeëerders, hierna te noemen NBT, begonnen met het opstellen van, en feitelijk het opleggen van regels, aan haar leden. Deze regels hadden betrekking op de hygiëne, maar zeker ook op andere voor goed en veilig tatoeëren noodzakelijke aandachtspunten. Deze zelfregulering, in het belang van primair de klant, maar ook van de tatoeëerder, is kennelijk ook bekend geworden bij de overheid die enig jaren later een aanvang heeft gemaakt met regulering van de tatoeagebranche.

De overhandiging van de getekende formulieren








De NBT is uitgenodigd mee te denken én mee te spreken over de destijds te ontwerpen regelgeving, in het bijzonder het Warenwetbesluit Tatoeagekleurstoffen. Een rapport van een ambtenaar van de, toen nog, Keuringsdienst van Waren, is kennelijk de basis voor die regelgeving geweest, althans zou dat moeten zijn in de ogen van de bij het overleg betrokken ambtenaren. Laat ik duidelijk zijn: de NBT en haar leden waarderen het bijzonder dat zij als in de branche bekenden, en dus als ervaringsdeskundigen, bij het overleg zijn betrokken. Immers, het belang van de volksgezondheid valt samen met het belang van de tatoeëerder. Daarmee staat helaas in schril contrast dat aan de deelnemers aan het overleg stukken werden onthouden die, naar het zich laat aanzien, voor de bespreking van groot belang waren. De onderliggende stukken bij een rapport van de Keuringsdienst van Waren was immers voor de vertegenwoordigers van de overheid leidend bij de bespreking. De inzet, namelijk het dienen van de volksgezondheid, was echter voor de vertegenwoordigers van de branche niet anders dan voor de vertegenwoordigers van de overheid. Het belang van de volksgezondheid viel en valt immers samen met het belang van de tatoeëerder om veilig te werken. Niets is immers kwalijker voor de nering van de tatoeëerder dan slechte reclame. En die, dat spreekt vanzelf, is onherroepelijk het gevolg van een eventuele besmetting met of het veroorzaken van welke aandoening dan ook. Uiteraard is niet alleen dat leidend; de serieuze tatoeëerder stelt zoveel eer in zijn werk dat hij nooit het risico zal nemen dat een klant in plaats van huidkunst ziekte aan zijn bezoek zal overhouden.
Ondanks dit samenvallen van de belangen, het herhaald stipuleren daarvan, en zelfs en doordacht, de volksgezondheid dienend, ‘tegenvoorstel’ heeft niet kunnen leiden tot enige bereidheid de branche serieus te nemen. Ik zal u duidelijk maken waarom de NBT dat meent. In de soms stevige discussie tussen overheid en branche is op basis van wat ik thans noem een misverstand door de overheid gekozen voor het niet langer als gesprekspartner beschouwen van de NBT. Dat is echter niet de klacht van deze bond. Het probleem is dat dit misverstand slechts de stok was om de spreekwoordelijke hond te slaan. Immers, met alle suggesties, met alle vragen om inzage in (onderliggende) stukken, met alle inzet van NBT-leden is niets, werkelijk niets gedaan. Het lijkt er sterk op dat de NBT heeft mogen inspreken, maar dat de woorden van de bond nimmer zijn gehoord door de vertegenwoordigers van de overheid. Die is immers, in navolging van de ijverige KvW-ambtenaar, overgegaan tot regulering op een wijze die elke verbeelding tart. Immers, bij de invoering van de regels waren deze niet compleet, overgangsrecht ontbrak, er bleken gaten in de regelgeving te zitten. Daarbij komt dat bij het ontwerpen van de regels een leverancier nauw betrokken is. Het is ongepast en ongehoord dat iemand die zulke belangen heeft bij het toestaan of verbieden van bepaalde inkten bij de regelgeving te betrekken. Dit past niet bij een zichzelf respecterende overheid. Dit past voorts niet in een democratische samenleving waar regelgeving, zeker als die het belang van de volksgezondheid, maar ook van een hele beroepsgroep is, door het werken met besluiten aan controle door het daartoe aangewezen orgaan, Uw Kamer, wordt onttrokken. De vrees bestaat dat dit, gelet op de wijze van totstandkoming van de regelgeving, noodzakelijk is geweest. Van een deugdelijke, door wetenschappelijk onderzoek ondersteunde basis, is immers geen sprake. Van een gedegen overleg met de bij uitstek deskundigen, namelijk de branchegenoten met tientallen jaren ervaring, die nota bene een samenvallend belang hadden, is evenmin sprake geweest.
Maar nu, geachte voorzitter, leden van de commissie, keer ik terug naar het heden. Het voorgaande, ik zei het u al, is immers niet bedoeld om achteraf en tegenover u te klagen over de betrokken dienst. Uw tijd is daarvoor de kostbaar, evenzeer de mij nu toegemeten spreektijd. Het voorgaande illustreert, ik moet toevoegen: helaas, hoe weinig de branche is betrokken bij de regelgeving en op welke wijze is gereageerd op mensen uit de branche, voor wie er veel is gelegen aan deugdelijke wet- en regelgeving. De NBT strijdt immers niet zonder doel reeds twaalf jaar voor regelgeving op dit terrein. Ook nu wenst zij zich in te zetten voor regelgeving om daarmee, zoals de bond al die tijd al wil, het belang van de volksgezondheid te dienen. En dat belang, geachte commissie, dreigt door het thans voorliggende voorstel niet gediend te worden. Het lijkt erop dat, niettegenstaande een aantal duidelijke verbeteringen in de werkwijze die de NBT van harte ondersteunt, de aanstaande regelgeving de resultante is van de drang van enkelen zich te bewijzen. De hygiënevoorschriften die thans worden voorgesteld betekenen een verslechtering op bepaalde onderwerpen. De leden van de NBT hanteren thans, om een voorbeeld te noemen, striktere regels omtrent ontsmetting van de werkplek. Dat punt verbleekt echter bij wat wel het meest ernstig is; bij een achteruitgang in de bescherming van de volksgezondheid, bij het wegvallen van de bescherming van kinderen. Jawel, geachte leden van de commissie, de bescherming van kinderen is in het geding! Het is voor de NBT onbestaanbaar dat de leeftijdsgrens die sinds jaar en dag door de branche wordt gehanteerd terzijde wordt geschoven. U zult denken: de branche kan die zelfopgelegde regel ook in de toekomst hanteren. Die gedachte is legitiem. Maar, geachte commissie, het illustreert het willekeurige van de voorliggende voorstellen. Op enkele onderwerpen wordt overgereguleerd, terwijl aan andere aspecten volstrekt onvoldoende aandacht aan de belangen van de klant, en daarmee van de volksgezondheid wordt geschonken. Ik zal u een uitgebreide beschouwing van alle details en de redenen waarom die bijdragen aan de bescherming van de volksgezondheid noch werkzaam zijn in de praktijk, besparen. Ik wijs u kortheidshalve op de reeds genoemde leeftijdsgrens; op de sterk verminderde mogelijkheden tot effectief en noodzakelijk schoonmaken en ontsmetting; op de schijnveiligheid van andere handschoenen en op de tekortschietende mogelijkheden tot nazorg. Ik volsta thans met een verwijzing naar de petitie en de daarbij behorende stukken. Daaruit zal u duidelijk worden waarom de NBT, en met de bond een groot aantal klanten, menen dat deze regelgeving haar doel enerzijds voorbijschiet, en anderzijds het werken door de betrokken, in alle openheid werkende, en met dezelfde belangen voor ogen opererende tatoeëerder nagenoeg onmogelijk maakt. Daar komt nog bij dat tatoeëerders voor de controle, die zij zichzelf al lang oplegden, ook nog eens een aanzienlijke som geld zullen moeten betalen! Dat, geachte commissie, brengt mij bij de laatste vraag die ons, de bond, de leden en de klanten bezig houdt: wat doet de overheid en wat kan de overheid doen om de zwartwerkers, de in het geniep werkende beunhazen, die niet zelden mensen ernstig beschadigen, tegen te houden? Zij zijn het immers die belang hebben bij het zo goedkoop mogelijk werken. Zij zijn het die zich weinig gelegen laten liggen aan de gezondheid van de klant. Zij zijn het die daadwerkelijk voor verspreiding van ziekte verantwoordelijk zijn. Zij zijn het die door deze regelgeving, nog daargelaten de gebrekkige totstandkoming daarvan, ongemoeid worden gelaten. Regulering is prima, daar strijden wij voor, maar dan op een wijze die de volksgezondheid daadwerkelijk beschermd. Dat laatste, geachte voorzitter, geachte leden van commissie bracht mij hier, bij u. Voor dat laatste vraag ik dringende aandacht en voor dat laatste doe ik een dringend beroep op u, om in navolging van enkele fracties kritische vragen te stellen bij de effectiviteit en de doelmatigheid van de voorliggende regelgeving. In het belang van de volksgezondheid! Ik dank u voor uw aandacht!
Gerelateerde Artikelen:
- Petitie NBT De Nationale Bond van Tatoeëerders (NBT) bood vandaag het ministerie...
- Hoe nu verder? (NBT) Beste collegaâ??s, fans en andere geestverwanten, Hieronder volgt een uiteenzetting...
- Bied mee op tatoeage door Leslie Reesen De drie dj’s Gerard Ekdom, Michiel Veenstra en Rob Stenders...
- Nieuwe hartklep door piercing Donderdag 12 juli 2007 – DEN HAAG Razend kan hij...
- Gediscrimineerd worden door tatoeages Rebecca Holdcroft vindt het leuk om zichzelf te uiten door...

0 reacties tot nu toe ↓
Er zijn nog geen reacties... trap maar af door het formulier hieronder in te vullen.
Laat een reactie achter